donderdag 14 mei 2015

Levende eenheid

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 158
                                                                           Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Basiseigenschap van een levende eenheid: zich te scheiden, zich te verenigen, zich uit te breiden in het algemene, te volharden in het bijzondere, zich om te vormen, zich te specificeren; en zoals het levende zich onder duizenden condities mag voordoen, naar voren te treden en te verdwijnen, te consolideren en weg te smelten, te verstarren en te vloeien, uit te dijen en samen te trekken. Omdat al deze werkingen zich nu op een gelijk tijdstip tegelijk afspelen, kan alles tegelijkertijd gebeuren. Ontstaan en vergaan, scheppen en vernietigen, geboorte en dood, vreugde en verdriet, alles werkt door elkaar, in gelijke zin en gelijke mate; vandaar dan ook dat het meest bijzondere dat zich afspeelt, altijd optreedt als beeld en gelijkenis van het meest algemene.


Grundeigenschaft der lebendigen Einheit: sich zu trennen, sich zu vereinen, sich ins Allgemeine zu ergehen, im Besonderen zu verharren, sich zu verwandeln, sich zu spezifizieren, und wie das Lebendige unter tausend Bedingungen sich dartun mag, hervorzutreten und zu verschwinden, zu solideszieren und zu schmelzen, zu erstarren und zu fließen, sich auszudehnen und sich zusammenzuziehen. Weil nun alle diese Wirkungen im gleichen Zeitmoment zugleich vorgehen, so kann alles und jedes zu gleicher Zeit eintreten. Entstehen und Vergehen, Schaffen und Vernichten, Geburt und Tod, Freud und Leid, alles wirkt durcheinander, in gleichem Sinn und gleicher Maße; deswegen denn auch das Besonderste, das sich ereignet, immer als Bild und Gleichnis des Allgemeinsten auftritt.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                         bij spreuk 158



Geen commentaar.


Audiovisuele weergave spreuk 158




Toneel
Faust 1 - Deel 3 - TV editie - Johann Wolfgang von Goethe
Faust 1 - Compleet (deel 1 t/m 5) - TV editie - Johann Wolfgang von Goethe

dinsdag 12 mei 2015

Heuristiek

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 157
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Mijn gehele innerlijke leven bleek levende heuristiek, welke probeert iets dergelijks, een tot dusver niet vermoede richtlijn legitimerend, in de buitenwereld te vinden en in de buitenwereld in te voeren.


Mein ganzes inneres Leben erwies sich als eine lebendige Heuristik, welche,  eine unbekannte geahnete Regel anerkennend, solche in der Außenwelt zu finden und in die Außenwelt einzuführen trachtet.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                         bij spreuk 157



Het bijzondere, duidelijk waarneembare is op velerlei wijze in ruimte en tijd uitgebreid. Het algemene, de regel, de wet stamt van de menselijke geest. Beide op de juiste wijze aan elkaar te knopen en te scheiden, onophoudelijk idee en werkelijkheid samen te brengen en uit elkaar te houden, is opgave van al het onderkennen.


Das Besondere, Sinnenfällige ist als Mannigfaltigkeit in Raum und Zeit ausgebreitet. Das Allgemeine, die Regel, das Gesetz stammt aus dem menschlichen Geiste. Beide in der richtigen Weise zu verknüpfen und zu trennen, unablässig Idee und Wirklichkeit zusammenbringen und unterscheiden, ist Aufgabe alles Erkennens.


Audiovisuele weergave spreuk 157




Toneel
Faust 1 - Deel 2 - TV editie - Johann Wolfgang von Goethe
Faust 1 - Compleet (deel 1 t/m 5) - TV editie - Johann Wolfgang von Goethe

donderdag 7 mei 2015

Illusoire inkapseling

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 156
                                                                             Hoofdstuk 1: Het ondersheiden



Met het verstand het ontstaan vatten is ons geheel niet gegund; daarom is het dat wij, wanneer wij iets zullen zien, denken, dat het er al was; om die reden komt het systeem van inkapseling ons begrijpelijk voor.


Der Begriff von Entstehen ist uns ganz und gar versagt; daher wir, wenn wir etwas werden sehen, denken, daß es schon dagewesen sei; deshalb das System der Einschachtelung uns begreiflich vorkommt.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                         bij spreuk 156



Het ontstaan, het worden kan niet door het verstand worden begrepen, niet met begrippen onder woorden worden gebracht. Het is een onderwerp voor de rede. Het verstand vervangt het wordende door een reeks geïsoleerde, aparte dingen die er al waren.


Das Entstehen, Werden kann nicht von dem Verstande erfaßt, nicht in Begriffen dargestellt werden. Es ist Gegenstand der Vernunft. Der Verstand setzt an die Stelle des Werdenden eine Folge von isolierten, schon dagewesenen Einzeldingen.


Audiovisuele weergave spreuk 156





Toneelstuk
Faust 1 - Deel 1 - TV editie - Johann Wolfgang von Goethe
Faust 1 - Compleet (deel 1 t/m 5) - TV editie - Johann Wolfgang von Goethe

maandag 4 mei 2015

Verstommen

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 155
                                                                           Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Wat niet meer ontstaat, kunnen wij ons niet als tot ontwikkeling komend denken. Het ontstane begrijpen we niet.


Was nicht mehr entsteht, können wir uns als entstehend nicht denken. Das Entstandene begreifen wir nicht.




Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                bij spreuk 153 tot en met 156



Wat hier tegen de geologie naar voren wordt gebracht, geldt alleen, zolang aan de geïsoleerde begrippen van het ontwikkelde wordt vastgehouden. Het levende dat in het heden, in het eeuwige worden ten tonele komt, is voor de rede toegankelijk. Het verleden, wiers restanten tot in het heden reiken, is naar zijn worden niet direct bereikbaar. Het ontstaan moet bij het ontstane gefantaseerd worden. Geologie is dus zaak van de verbeeldingskracht, niet van het verstand. Daardoor wordt haar waarde niet geringer.


Was hier gegen die Geologie vorgebracht wird, gilt nur, solange an den isolierten Begriffen des Entstandenen festgehalten wird. Das Lebendige, das sich in der Gegenwart, in ewigem Werden darstellt, ist der Vernunft zugänglich. Das Vergangene, dessen Reste in die Gegenwart herüberreichen, ist seinem Werden nach nicht unmittelbar zugänglich. Das Entstehen muß zu dem Entstandenen hinzugedichtet werden. Geologie ist demnach Sache der Einbildungskraft, nicht des Verstandes. Ihr Wert wird deshalb nicht geringer.


Audiovisuele weergave spreuk 155




Gedicht
Ginkgo Biloba - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Ginkgo Biloba - Johann Wolfgang von Goethe (tekst)

zaterdag 2 mei 2015

Skelet en eeuwige rede

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 154
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Wanneer ik een verstrooid skelet vind dan kan ik het verzamelen en opbouwen; want hier spreekt de eeuwige rede door een analogie heen tot mij, ook als het een enorme grondluiaard was.


Wenn ich ein zerstreutes Gerippe finde, so kann ich es zusammenlesen und aufstellen; denn hier spricht die ewige Vernunft durch ein Analogon zu mir, und wenn es das Riesenfaultier wäre.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                               bij spreuk 153 tot en met 156



Wat hier tegen de geologie naar voren wordt gebracht, geldt alleen, zolang aan de geïsoleerde begrippen van het ontwikkelde wordt vastgehouden. Het levende dat in het heden, in het eeuwige worden ten tonele komt, is voor de rede toegankelijk. Het verleden, wiers restanten tot in het heden reiken, is naar zijn worden niet direct bereikbaar. Het ontstaan moet bij het ontstane gefantaseerd worden. Geologie is dus zaak van de verbeeldingskracht, niet van het verstand. Daardoor wordt haar waarde niet geringer.


Was hier gegen die Geologie vorgebracht wird, gilt nur, solange an den isolierten Begriffen des Entstandenen festgehalten wird. Das Lebendige, das sich in der Gegenwart, in ewigem Werden darstellt, ist der Vernunft zugänglich. Das Vergangene, dessen Reste in die Gegenwart herüberreichen, ist seinem Werden nach nicht unmittelbar zugänglich. Das Entstehen muß zu dem Entstandenen hinzugedichtet werden. Geologie ist demnach Sache der Einbildungskraft, nicht des Verstandes. Ihr Wert wird deshalb nicht geringer.


Audiovisuele weergave spreuk 154




Muziek
Mailied - Ludwig van Beethoven
Gedicht
Mailied - Johann Wolfgang von Goethe

donderdag 30 april 2015

Geognosie en verbeeldingskracht

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 153
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



De rede heeft alleen autoriteit over het levende; de ontstane wereld, waarmee de geognosie zich bezighoudt, is dood. Daarom kan het geen geologie schenken; want de rede heeft hiermee niets van doen.


Die Vernunft hat nur über das Lebendige Herrschaft; die entstandene Welt, mit der sich die Geognosie abgibt, ist tot. Daher kann es keine Geologie geben; denn die Vernunft hat hier nichts zu tun.



Rudolf Steiner                                                                                   Commentaar
                                                                                                         bij spreuk 153



Wat hier tegen de geologie naar voren wordt gebracht, geldt alleen, zolang aan de geïsoleerde begrippen van het ontwikkelde wordt vastgehouden. Het levende dat in het heden, in het eeuwige worden ten tonele komt, is voor de rede toegankelijk. Het verleden, wiens restanten tot in het heden reiken, is naar zijn worden niet direct bereikbaar. Het ontstaan moet bij het ontstane gefantaseerd worden. Geologie is dus zaak van de verbeeldingskracht, niet van het verstand. Daardoor wordt haar waarde niet geringer.


Was hier gegen die Geologie vorgebracht wird, gilt nur, solange an den isolierten Begriffen des Entstandenen festgehalten wird. Das Lebendige, das sich in der Gegenwart, in ewigem Werden darstellt, ist der Vernunft zugänglich. Das Vergangene, dessen Reste in die Gegenwart herüberreichen, ist seinem Werden nach nicht unmittelbar zugänglich. Das Entstehen muß zu dem Entstandenen hinzugedichtet werden. Geologie ist demnach Sache der Einbildungskraft, nicht des Verstandes. Ihr Wert wird deshalb nicht geringer.


Audiovisuele weergave spreuk 153




Poëzie
Der Erlkönig - Johann Wolfgang von Goethe

dinsdag 28 april 2015

Creatief omwerken

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 152
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Weliswaar hebben we bijna niets verricht, omdat het slechts een van plaats wisselen van een zienswijze of voorstelling is, wanneer wij van de verbeeldingskracht vergen, om het ontstaan in plaats van ontstane, en van de rede, om de oorzaak in plaats van het gevolg te reproduceren en uit te spreken;
maar het is genoeg voor de mens, die misschien met betrekking tot of ten opzichte van de buitenwereld niet meer kan presteren.



Indem wir der Einbildungskraft zumuten, das Entstehen statt des Entstandenen, der Vernunft, die Ursache statt der Wirkung zu reproduzieren und auszusprechen, so haben wir zwar beinahe nichts getan, weil es nur ein Umsetzen:
de Anschauung / Vorstellung ist.
Aber genug für den Menschen, der vielleicht im Verhältnis
zur / gegen die Außenwelt nicht mehr leisten kann.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                         bij spreuk 152



Geen commentaar.


Audiovisuele weergave bij spreuk 152




Muziek
Das Sein ist ewig - Vermächtnis - Iván Erőd
Gedicht
Vermächtnis - Johann Wolfgang von Goethe

zaterdag 25 april 2015

Onderscheiden van rede en verstand

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 151
                                                                           Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



De rede is op het wordende, het verstand op het gewordende aangewezen. Eerstgenoemde bekommert zich niet: waartoe(?), deze vraagt niet: waarom? Zij geniet van het ontwikkelen; hij wenst alles vast te houden, opdat hij het zou kunnen benutten.


Die Vernunft ist auf das Werdende, der Verstand auf das Gewordene angewiesen, jene bekümmert sich nicht: wozu? dieser fragt nicht: woher? - Sie erfreut sich am Entwickeln; er wünscht alles festzuhalten, damit er es nutzen könne.



Rudolf Steiner                                                                                   Commentaar
                                                                                                          bij spreuk 151



Het verstand onderscheidt zaken; de rede verbindt de door het verstand gewonnen geïsoleerde begrippen tot een eenvormig beeld. Het worden, het ontstaan is een eeuwige gang, waarin de dingen, waarvan het verstand geïsoleerde begrippen ontwerpt, ontstaan en vergaan. Het verstand kan daarom alleen de geworden zaken begrijpen; het worden is onderwerp van de rede, wiens taak het is om de begrippen in een stromende beweging te brengen, welke aan de wordende werkelijkheid beantwoordt.


Der Verstand unterscheidet die Dinge von einander; die Vernunft verbindet die von dem Verstande gewonnenen isolierten Begriffe zu einem einheitlichen Bilde. Das Werden, das Entstehen ist ein ewiger Fluß, in dem die Dinge, von denen der Verstand isolierte Begriffe entwirft, entstehen und vergehen. Der Verstand kann daher nur die gewordenen Dinge erfassen; das Werden ist Gegenstand der Vernunft, deren Obliegenheit es ist, die Begriffe in den Fluß zu bringen, der dem Werden der Wirklichkeit entspricht.Vernunft, deren Obliegenheit es ist, die Begriffe in den Fluß zu bringen, der dem Werden der Wirklichkeit entspricht.



Audiovisuele weergave bij spreuk 151




Gedicht
Wäre nicht das Auge sonnenhaft - Johann Wolfgang von Goethe
Bron
Zahme Xenien (3)

zaterdag 18 april 2015

Algemene oorzaken

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 150
                                                                           Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Een algemene oorzakelijke omstandigheid, waarnaar de waarnemer zoekt en waarmee hij aan soortgelijke verschijnselen een algemene oorzaak toeschrijft; …aan wat vlakbij is, wordt zelden gedacht.


Allgemeines Kausal-Verhältnis, das der Beobachter aufsucht und ähnliche Erscheinungen einer allgemeinen Ursache zuschreibt; an die nächste wird selten gedacht.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                        bij spreuk 150



Geen commentaar.



Audiovisuele weergave spreuk 150




Poëzie
Beherzigung - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Beherzigung - Johann Wolfgang von Goethe (tekst)

donderdag 16 april 2015

Eenvoud

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 149
                                                                           Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Men zegt heel terecht: het fenomeen is een gevolg zonder reden, een werking zonder oorzaak. Het is zo moeilijk voor mensen reden en oorzaak te vinden, omdat ze zo eenvoudig zijn, dat ze zich voor de blik verbergen.


Man sagt gar gehörig: das Phänomen ist eine Folge ohne Grund, eine Wirkung ohne Ursache. Es fällt dem Menschen so schwer Grund und Ursache zu finden, weil sie so einfach sind, daß sie sich dem Blick verbergen.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                         bij spreuk 149



Geen commentaar.


Audiovisuele weergave spreuk 149




Poëzie
Der Sänger - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Der Sänger - Johann Wolfgang von Goethe (tekst)

woensdag 15 april 2015

Ondeelbaar fenomeen

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 148
                                                                           Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



In het bijzonder vergist een denkend mens zich, wanneer hij navraag doet naar oorzaak en gevolg; samen vormen ze het ondeelbare fenomeen. Wie dat vermag in te zien, is op een juiste weg naar activiteit en handeling. Met de genetische methode wordt al een betere weg gevolgd, hoewel je er daarmee ook niet direct uitkomt.


Der denkende Mensch irrt besonders, wenn er sich nach Ursach und Wirkung erkundigt; sie beide zusammen machen das unteilbare Phänomen. Wer das zu erkennen weiß, ist auf dem rechten Wege zum Tun, zur Tat. Das genetische Verfahren leitet uns schon auf bessere Wege, ob man gleich damit auch nicht ausreicht.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                         bij spreuk 148



Het onderscheiden van oorzaak en gevolg vindt in het verstand plaats. In werkelijkheid gaat oorzaak over in gevolg, zonder dat tussen beide een echte grens ligt. Voor wie blijft vasthouden aan de geïsoleerde begrippen, vallen oorzaak en gevolg uiteen. Wie in het wezen van de verschijnselen doordringt en daar de ideeën uit haalt, voor diegene verdwijnt die scheidslijn weer.


Die Unterscheidung von Ursache und Wirkung geht innerhalb des Verstandes vor sich. In der Wirklichkeit geht die Ursache in die Wirkung über, ohne daß zwischen beiden eine reale Grenze liegt. Wer bei den isolierten Begriffen stehenbleibt, dem fallen Ursache und Wirkung auseinander. Wer in das Wesen der Erscheinungen dringt und die Ideen aus ihnen herausholt, für den verschwindet die Trennungslinie wieder.

Audiovisuele weergave spreuk 148




Poëzie
Ein Gleiches - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Ein Gleiches - Johann Wolfgang von Goethe (tekstueel)

maandag 13 april 2015

Geschiedkundige methode

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 147
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Een werking terugvoeren op een oorzaak is enkel een geschiedkundige methode, bijvoorbeeld het effect dat een mens is gedood, veroorzaakt door een afgevuurd jachtgeweer.


Das Zurückführen der Wirkung auf die Ursache ist bloß ein historisches Verfahren, z.B. die Wirkung, daß ein Mensch getötet, auf die Ursache der losgefeuerten Büchse.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                        bij spreuk 147



Een zaak geschiedkundig duiden is iets anders als ze naar haar wezen verklaren. Het wezen uitleggen betekent tot in de diepte van een verschijnsel doordringen en daarin het noodzakelijke van het toevallige scheiden, dus de idee van het verschijnsel opsporen; de historische uitleg beweegt zich alleen van het ene naar het andere verschijnsel, zonder het noodzakelijke van het toevallige te scheiden.


Eine Sache historisch erklären ist etwas anderes, als sie ihrem Wesen nach erklären. Das Wesen erklären heißt in die Tiefe der Erscheinung dringen und Notwendiges von Zufälligem in derselben trennen, also die Idee der Erscheinung aufsuchen; die historische Erklärung schreitet nur von einer Erscheinung zur andern fort, ohne das Notwendige von dem Zufälligen abzuscheiden.



Audiovisuele weergave spreuk 147




Poëzie
Hochbeglückt in deiner Liebe... - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Hochbeglückt in deiner Liebe... - Johann Wolfgang von Goethe (tekstueel)

zondag 12 april 2015

Mechaniseren

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 146
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



De dichtbijzijnde begrijpelijke oorzaken zijn tastbaar, en juist daarom het begrijpelijkst; om welke reden wij graag dat als mechanisch denken wat van hogere aard is.


Die nächsten faßlichen Ursachen sind greiflich, und eben deshalb am begreiflichsten; weshalb wir uns gern als mechanisch denken, was höherer Art ist.



Rudolf Steiner                                                                                   Commentaar
                                                                                bij spreuk 139 tot en met 147



In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich ermee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere verschijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.


Audiovisuele weergave spreuk 146




Poëzie
Eins und Alles - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Eins und Alles - Johann Wolfgang von Goethe (tekstueel)

zaterdag 11 april 2015

Tezamen gedacht

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 145
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Een grote fout die we begaan is de oorzaak van een werking, altijd in de nabijheid te denken, zoals bij de pijl de pees, die hem wegschiet; en toch kunnen we hem niet vermijden, omdat oorzaak en gevolg altijd samen gedacht en in de geest naderbij worden gebracht.


Ein großer Fehler, den wir begehen, ist, die Ursache der Wirkung immer nahe zu denken, wie die Sehne dem Pfeil, den sie fortschnellt; und doch können wir ihn nicht vermeiden, weil Ursache und Wirkung immer zusammengedacht und also im Geiste angenähert werden.



Rudolf Steiner                                                                                   Commentaar
                                                                                             bij 139 tot en met 147



In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich ermee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere verschijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.



Audiovisuele weergave spreuk 145




Poëzie
Natur und Kunst - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Natur und Kunst - Johann Wolfgang von Goethe (tekstueel)

donderdag 9 april 2015

Symptoom en kwaal

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 144
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Ziet men een kwaal, dan gaat men er onmiddellijk mee aan de slag, dat wil zeggen men slaat direct aan het genezen van het symptoom.


Sieht man ein Übel, so wirkt man unmittelbar darauf, d.h. man kuriert unmittelbar auf's Symptom los.



Rudolf Steiner                                                                                   Commentaar
                                                                                bij spreuk 139 tot en met 147



In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich ermee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere verschijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.


Audiovisuele weergave spreuk 144




Poëzie
Gegenwart - Johann Wolfgang von Goethe (audiovisueel)
Gegenwart - Johann Wolfgang von Goethe (tekstueel)

woensdag 8 april 2015

Werking en oorzaak

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 143
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



De mens is omgeven en in contact met allerlei werkingen, en kan niet nalaten naar de oorzaken te vragen; als een gemakzuchtig wezen grijpt hij het eerste de beste aan en stelt zich daarmee gerust; in het bijzonder is dit de aard van het algemene mensenverstand.


Der Mensch findet sich mitten unter Wirkungen, und kann sich nicht enthalten, nach den Ursachen zu fragen; als ein bequemes Wesen greift er nach der nächsten als der besten und beruhigt sich dabei; besonders ist dies die Art des allgemeinen Menschenverstandes.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                               bij spreuk 139 tot en met 147



In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich ermee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere verschijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.


Audiovisuele weergave spreuk 143




Poëzie
Prometheus - Johann Wolfgang von Goethe

maandag 6 april 2015

Nadelen bij vragen over oorzakelijkheid

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 142
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Levendige vragen naar de oorzaken, verwisseling van oorzaak en gevolg, gerustheid bij een verkeerde theorie, zijn een grote, niet te ontwikkelen nadeligheid.


Lebhafte Frage nach der Ursache, Verwechselung von Ursache und Wirkung, Beruhigung in einer falschen Theorie sind von großer, nicht zu entwickelnder Schädlichkeit.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                               bij spreuk 139 tot en met 147



In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich ermee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere verschijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.


Audiovisuele weergave spreuk 142




Poëzie
Willkommen und Abschied - Johann Wolfgang von Goethe

zondag 5 april 2015

Causaliteitsdenken

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 141
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Het meest ingeboren begrip, de noodzakelijkste, die van oorzaak en gevolg, geeft bij het aanwenden aanleiding tot ontelbare zich steeds herhalende vergissingen.


Der eingeborenste Begriff, der notwendigste, von Ursach und Wirkung wird in der Anwendung die Veranlassung zu unzähligen sich immer wiederholenden Irrtümern.



Rudolf Steiner                                                                                   Commentaar
                                                                                bij spreuk 139 tot en met 147


In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich ermee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere verschijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.


Audiovisuele weergave spreuk 141




Poëzie
Für ewig - Johann Wolfgang von Goethe (audio)
Für ewig - Johann Wolfgang von Goethe (tekst)

zaterdag 4 april 2015

Nabijgelegen fenomenen en hardleersheid

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 140
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



De mensen zullen dat echter niet leren, omdat het tegen hun natuur ingaat; om die reden kunnen zelfs ontwikkelde mensen het niet laten, wanneer ze ter plekke iets wat waar is hebben ingezien, het niet alleen met wat vlakbij is, maar ook met het meest afgelegen en verst verwijderde in samenhang te brengen, waaruit dan misvatting op misvatting volgt. Het nabijgelegen fenomeen hangt echter alleen in die zin met de verte samen, dat alles met enkele grote wetten in verband staat, die zich overal manifesteren.


Das werden aber die Menschen nicht lernen, weil es gegen ihre Natur ist;  daher die Gebildeten es selbst nicht lassen können, wenn sie an Ort und Stelle irgend ein Wahres erkannt haben, es nicht nur mit dem Nächsten, sondern auch mit dem Weitesten und Fernsten zusammenzuhängen, woraus denn Irrtum über Irrtum entspringt. Das nahe Phänomen hängt aber mit dem fernen nur in dem Sinne zusammen, daß sich alles auf wenige große Gesetze bezieht, die sich überall manifestieren.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                bij spreuk 139 tot en met 147



In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich daarmee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere ver schijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.


Audiovisuele weergave spreuk 140




Muziek
Frühling übers Jahr - Hugo Wolf
Gedicht
Frühling übers Jahr - Johann Wolfgang von Goethe

vrijdag 3 april 2015

Fenomenen gewaarworden

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 139
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Het is een eigenaardigheid, de mens aangeboren en diep met zijn natuur verweven, dat wat vlakbij  is voor zijn inzicht niet voldoende is; omdat toch ieder verschijnsel, welke wij zelf gewaarworden, op dat moment het dichtst bij is, en wij van haar kunnen verlangen, dat ze zichzelf verklaart, wanneer wij krachtig in haar doordringen.


Es ist eine Eigenheit, dem Menschen angeboren und mit seiner Natur innigst verwebt, daß ihm zur Erkenntnis das Nächste nicht genügt; da doch jede Erscheinung, die wir selbst gewahr werden, im Augenblick das Nächste ist, und wir von ihr fordern können, daß sie sich selbst erkläre, wenn wir kräftig in sie dringen.



Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                               bij spreuk 139 tot en met 147



In het onmiddelijke, het vlakbije, spreekt de basiservaring zich vaak uit. In plaats van zich ermee tevreden te stellen, het nabije, onmiddelijke zichzelf te laten uitleggen, stapt de mens op andere verschijnselen over, bijvoorbeeld naar oorzaken. Hij bedenkt niet, dat men een fenomeen niet daardoor verklaart, dat men haar oorzaak, die niet in, maar buiten haar ligt, vaststelt. Het misbruik , dat met het opzoeken van oorzaken bedreven wordt, komt reeds in 1798 tussen Goethe en Schiller ter sprake. Vergelijk de brief van Schiller aan Goethe van 19 januari 1798Aart J. Leemhuis (vert.), Goethe – Schiller Briefwisseling, Damon 2005.


In dem Nächsten spricht sich oft die Grunderfahrung aus. Statt sich bei derselben zu beruhigen, sie aus sich selbst zu erklären, schreitet der Mensch zu andern Erscheinungen,  z. B. zu den Ursachen, fort. Er bedenkt nicht, daß man eine Erscheinung dadurch nicht erklärt, daß man ihre Ursache, die nicht in, sondern außer ihr liegt, angibt. Der Mißbrauch, der mit dem Aufsuchen von Ursachen getrieben wird, kommt schon 1798 zwischen Goethe und Schiller zur Sprache. Vgl. Schillers Brief an Goethe vom 19. Januar 1798.


Audiovisuele weergave spreuk 139




Poëzie
Woher sind wir geboren - Johann Wolfgang von Goethe - Muzikaal vertolkt
Woher sind wir geboren - Johann Wolfgang von Goethe - Tekstweergave

donderdag 2 april 2015

Mensheidsformaat of kleingeestigheid

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 138
                                                                         Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Wanneer ik bij het oerfenomeen tenslotte tot kalmte kom, dan is dat toch  slechts berusting; maar het blijft een groot  verschil of ik berust bij de grenzen van de mensheid, of binnen een hypothetische bekrompenheid van mijn kleingeestig individu.


Wenn ich mich beim Urphänomen zuletzt beruhige, so ist es doch auch nur Resignation; aber es bleibt ein großer Unterschied, ob ich mich an den Grenzen der Menschheit resigniere, oder innerhalb einer hypothetischen Beschränktheit meines bornierten Individuums.




Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                                                      bij spreuk 138



Geen commentaar van Rudolf Steiner bij dit aforisme.


Audiovisuele weergave bij spreuk 138




Poëzie
Osterspaziergang - Johann Wolfgang von Goethe (Audio)
Scene uit Faust I - Johann Wolfgang von Goethe (Tekstverwijzing)
Osterspaziergang - Johann Wolfgang von Goethe (Tekst gedicht)

dinsdag 31 maart 2015

Oerfenomenen en angst

Johann Wolfgang von Goethe                                                            Spreuk 137
                                                                          Hoofdstuk 1: Het onderscheiden



Direct opmerken van oerfenomenen brengt ons in een soort angsttoestand, wij voelen onze tekortkoming. Enkel weer leven ingeblazen bij het constante spel van de ervaring, verblijden de fenomenen ons.


Das unmittelbare Gewahrwerden der Urphänomene versetzt uns in eine Art von Angst, wir fühlen unsere Unzulänglichkeit; nur durch das ewige Spiel der Empirie belebt erfreuen sie uns.




Rudolf Steiner                                                                                  Commentaar
                                                                              bij spreuk 134  tot en met 137



Voor meer over de natuur van de oerfenomenen zij verwezen naar het vergelijkingsmateriaal in boekdeel 34 en 35 van deze uitgave. (Vergelijk GA 1, Dornach 1987.)


Über die Natur des Urphänomens vgl. die Einleitungen zu Bd. 34 und 35 dieser Ausgabe [vgl. GA 1, Dornach 1987].


Audiovisuele weergave spreuk 137




Muziek
Werther - Jules Massenet
Achtergrondinformatie
Opera gebaseerd op de Duitse roman Die Leiden des jungen Werthers van Johann Wolfgang von Goethe

Overzicht van alle blogberichten op Sprüche in Prosa

2015

Spreuk 158 – Levende eenheid – 14 mei 2015

Spreuk 157 – Heuristiek – 12 mei 2015

Spreuk 156 – Illusoire inkapseling – 7 mei 2015

Spreuk 155 – Verstommen – 4 mei 2015

Spreuk 154 – Skelet en eeuwige rede – 2 mei 2015

Spreuk 153 – Geognosie en verbeeldingskracht - 30 april 2015

Spreuk 152 – Creatief omwerken – 28 april 2015

Spreuk 151 – Onderscheiden van rede en verstand – 25 april 2015

Spreuk 150 – Algemene oorzaken – 18 april 2015

Spreuk 149 – Eenvoud – 16 april 2015

Spreuk 148 – Ondeelbaar fenomeen – 15 april 2015

Spreuk 147 – Geschiedkundige methode – 13 april 2015

Spreuk 146 – Mechaniseren – 12 april 2015

Spreuk 145 – Tezamen gedacht – 11 april 2015

Spreuk 144 – Symptoom en kwaal – 9 april 2015

Spreuk 143 – Werking en oorzaak – 8 april 2015

Spreuk 142 – Nadelen bij vragen over oorzakelijkheid – 6 april 2015

Spreuk 141 – Causaliteitsdenken – 5 april 2015

Spreuk 140 - Nabijgelegen fenomenen en hardleersheid – 4 april 2015

Spreuk 139 – Fenomenen gewaarworden – 3 april 2015

Spreuk 138 – Mensheidsformaat of kleingeestigheid – 2 april 2015

Spreuk 137 – Oerfenomenen en angst – 31 maart 2015

Spreuk 136 – Karakteristieke oerfenomenen – 30 maart 2015

Spreuk 135 – Kernvraagstukken – 29 maart 2015

Spreuk 134 – Oorspronkelijke condities – 28 maart 2015

Spreuk 133 – Voortgang onderzoek – 23 maart 2015

Spreuk 132 – Elementaire ervaringen – 22 maart 2015

Spreuk 131 – Beroep doen op metafysica – 21 maart 2015

Spreuk 130 – Metafysica van de verschijnselen – 20 maart 2015

Spreuk 129 – Bestaan – 19 maart 2015

Spreuk 128 – Betrekkelijk en toch absoluut – 18 maart 2015

Spreuk 127 – De natuur en het bijzondere en het algemene – 17 maart 2015

Spreuk 126 – Ware symboliek – 16 maart 2015

Spreuk 125 – Bijzonder algemeen – 15 maart 2015

Spreuk 124 – Geldige algemeenheid – 14 maart 2015

Spreuk 123 – Trefzeker – 13 maart 2015

Spreuk 122 – Operationeel waarheidsgevoel – 12 maart 2015

Spreuk 121 – Waarde van fenomenen – 11 maart 215

Spreuk 120 – Experiment – 10 maart 2015

Spreuk 119 – Uitvindingen en ontdekkingen – 9 maart 2015

Spreuk 118 – Principe van de kleurschakering – 8 maart 2015

Spreuk 117 – Werkende beginselen – 25 februari 2015

Spreuk 116 – Deelverklaring – 24 februari 2015

Spreuk 115 – Van weten naar wetenschap – 23 februari 2015

Spreuk 114 – Groeiende twijfel – 22 februari 2015

Spreuk 113 – Waarachtig en leugenachtig – 21 februari 2015

Spreuk 112 – Wetenschappelijke zekerheid – 20 februari 2015

Spreuk 111 – Spinozisme versus machiavellisme – 19 februari 2015

Spreuk 110 – Enthousiast overdenken – 18 februari 2015

Spreuk 109 – Consequenties – 17 februari 2015

Spreuk 108 – Praktijk en mensenverstand – 16 februari 2015

Spreuk 107 – Filosofie en mensenverstand – 15 februari 2015

Spreuk 106 – Kritiek van het mensenverstand – 14 februari 2015

Spreuk 105 – Algemeen verstand – 13 februari 2015

Spreuk 104 – Genius – 12 februari 2015

Spreuk 103 – Markant – 11 februari 2015

Spreuk 102 – Onderscheid en verstand – 10 februari 2015

Spreuk 101 – Uit elkaar houden en invoegen – 9 februari 2015

Spreuk 100 – Poëzie van het genie – 8 februari 2015

Spreuk 99 – Uiterlijk en innerlijk – 7 februari 2015

Spreuk 98 – Gewoon bekijken en zuiver aanschouwen – 6 februari 2015

Spreuk 97 – Zuiver opvatten en recht doen – 5 februari 2015

Spreuk 96 – Vruchtbare beschouwingswijze – 4 februari 2015

Spreuk 95 – Geen mythologie en legenden in de wetenschap – 3 februari 2015

Spreuk 94 – Twee klippen – 2 februari 2015

Spreuk 93 – Niet op slot gooien – 1 februari 2015

Spreuk 92 – Analogie met goed gezelschap – 31 januari 2015

Spreuk 91 – Inductie – 30 januari 2015

Spreuk 90 – Voortschrijden – 29 januari 2015

Spreuk 89 – Axioma enthymeem – 28 januari 2015

Spreuk 88 – Ongeluk – 27 januari 2015

Spreuk 87 – Herleiden en relateren – 26 januari 2015

Spreuk 86 – Eenvoud – 25 januari 2015

Spreuk 85 – Strategie – 24 januari 2015

Spreuk 84 – Probleem onderkennen – 23 januari 2015

Spreuk 83 – Miniaturen – 22 januari 2015

Spreuk 82 – Leemten – 21 januari 2015

Spreuk 81 – Afstemmen – 20 januari 2015

Spreuk 80 – Zekere koers met open blik – 19 januari 2015

Spreuk 79 – Bekopen en losraken – 18 januari 2015

Spreuk 78 – Feedback – 17 januari 2015

Spreuk 77 – Diepgang – 16 januari 2015

Spreuk 76 – Gelijke bron – 15 januari 2015

Spreuk 75 – Speelruimte voor vergissingen – 14 januari 2015

Spreuk 74 – Onwillig mopperen – 13 januari 2015

Spreuk 73 – Direct benutten – 12 januari 2015

Spreuk 72 – Voortreffelijkheid – 11 januari 2015

Spreuk 71 – Ware wijsheid – 10 januari 2015

Spreuk 70 – Wakker ontwaken – 9 januari 2015

Spreuk 69 – Achterhalen – 8 januari 2015

Spreuk 68 – Bestendigen – 7 januari 2015

Spreuk 67 – Aanmatiging matigen – 6 januari 2015

Spreuk 66 – Geholpen worden of verward raken – 5 januari 2015

Spreuk 65 – Binnensluipen en afweren – 4 januari 2015

Spreuk 64 – Onjuiste voorstelling van zaken – 3 januari 2015

Spreuk 63 – Vasthouden of loslaten – 2 januari 2015

Spreuk 62 – Goede voornemens – 1 januari 2015

2014

Spreuk 61 – Geen idee – 31 december 2014

Spreuk 60 - Realiteitszin, aannamen en hersenschimmen – 30 december 2014

Spreuk 59 – Guitig opgestelde hypothesen – 29 december 2014

Spreuk 58 – Rijzende problemen – 28 december 2014

Spreuk 57 – Hypothesen als loopplanken – 27 december 2014

Spreuk 56 – Wirwar – 26 december 2014

Spreuk 55 - Vitterige waarnemers en grillige theoretici – 25 december 2014

Spreuk 54 – Abstraheren en concretiseren – 24 december 2014

Spreuk 53 – Nut van theorieën – 23 december 2014

Spreuk 52 – Nietszeggende gemiddelden – 22 december 2014

Spreuk 51 – Zuivere ervaring – 21 december 2014

Spreuk 50 – Productieve kracht laten gelden – 20 december 2014

Spreuk 49 – Onverloochenbaar – 19 december 2014

Spreuk 48 – Eigenheid – 18 december 2014

Spreuk 47 – Januskop – 17 december 2014

Spreuk 46 – Dialectiek – 16 december 2014

Spreuk 45 – Terminologie in verhouding tot fenomenen – 15 december 2014

Spreuk 44 – In het oog vatten en doordenken – 14 december 2014

Spreuk 43 – Taalworstelingen – 13 december 2014

Spreuk 42 – Bemoeienis – 12 december 2014

Spreuk 41 – Zelfeducatie en ondersteuning – 11 december 2014

Spreuk 40 – Transparantie – 10 december 2014

Spreuk 39 – Maximes helder bezien – 9 december 2014

Spreuk 38 – Omstreden raken – 8 december 2014

Spreuk 37 – Zwart op wit – 7 december 2014

Spreuk 36 - Gehoorbereik – 6 december 2014

Spreuk 35 – Onbegrip 5 december 2014

Spreuk 34 – Vermeend weerleggen – 4 december 2014

Spreuk 33 – Gezindheden – 3 december 2014

Spreuk 32 – Leer van Newton – 2 december 2014

Spreuk 31 – Onenigheid en problemen – 1 december 2014

Spreuk 30 – Gekante meningen – 30 november 2014

Spreuk 29 – Probleemstelling en twistappels – 29 november 2014

Spreuk 28 – Stokken en stilstaan – 28 november 2014

Spreuk 27 – Verstaanbaarheid – 27 november 2014

Spreuk 26 – Inlevingsvermogen – 26 november 2014

Spreuk 25 – Glad ijs – 25 november 2014

Spreuk 24 – Vrije val en botsing – 24 november 2014

Spreuk 23 – Antropomorfisme inherent aan menselijke natuur – 23 november 2014

Spreuk 22 – Wie of wat spreekt zich uit? – 22 november 2014

Spreuk 21 – Gelijke onderkent gelijke – 21 november 2014

Spreuk 20 – Uitgangspunt bij menselijke waarheden – 20 november 2014

Spreuk 19 – Menselijke voorstellingswijze en menselijke waarheid – 19 november 2014

Spreuk 18 – Ja en nee uit de mond van de natuur – 18 november 2014

Spreuk 17 – Verstand en hulpmiddelen – 17 november 2014

Spreuk 16 – Vrije focus – 16 november 2014

Spreuk 15 – Het onbeschrijfbare beschrijven – 15 november 2014

Spreuk 14 – Berekening en experiment – 14 november 2014

Spreuk 13 – Mens en moderne fysica – 13 november 2014

Spreuk 12 – Tolk van het verstand – 12 november 2014

Spreuk 11 – Zintuiglijke ervaringen en geestelijke vermogens – 11 november 2014

Spreuk 10 – Perspectivische wetten – 10 november 2014

Spreuk 9 – Blikrichting en corresponderende hoek – 9 november 2014

Spreuk 8 – Verschilzicht en positieverandering – 8 november 2014

Spreuk 7 – Gezichtsvermogen – 7 november 2014

Spreuk 6 – Vergelijken – 6 november 2014

Spreuk 5 – Aan- en indachtigheid – 5 november 2014

Spreuk 4 – Bedrieglijk oordeel – 4 november 2014

Spreuk 3 – Betrouwbare zintuigen – 3 november 2014

Spreuk 2 – Menselijke wijsheid – 2 november 2014

Spreuk 1 - Kenverhoudingen - 1 november 2014

Inleiding en verantwoording van Rudolf Steiner – 1 november 2014

Introductie en verantwoording – 1 november 2014